Hoofdmenu openen

Ans van Dijk

Nederlands misdadiger (1905-1948)

Anna (Ans) van Dijk (Amsterdam, 24 december 1905Weesperkarspel, 14 januari 1948) was een Nederlands collaborateur en de enige Nederlandse vrouw die ter dood werd veroordeeld en waarbij ook het doodvonnis werd voltrokken wegens haar verraad van onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ans van Dijk
Ans van Dijk voor het Bijzonder Gerechthof in februari 1947
Ans van Dijk voor het Bijzonder Gerechthof in februari 1947
Algemeen
Geboortedatum 24 december 1905
Sterfdatum 14 januari 1948
Geslacht Vrouw
Geboorteplaats Amsterdam, Nederland
Plaats van overlijden Weesperkarspel, Nederland
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Organisatie Sicherheitsdienst
Speciale functie Infiltrante
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

BiografieBewerken

Ans van Dijk was een dochter van Joodse ouders, Aron van Dijk en Kaatje Blik. Ze was een moeilijk kind en stond vanaf haar vijfde onder behandeling van een kinderarts. Op haar veertiende raakte ze haar moeder kwijt, op haar 34e overleed haar vader in de psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch. Haar huwelijk met Bram Querido, dat in 1927 gesloten was, liep stuk in 1935. In november 1940 werd officieel de echtscheiding uitgesproken. Na haar huwelijk kreeg zij een lesbische relatie met Miep Stodel. Stodel vluchtte in 1942 naar Zwitserland.[1]

Van Dijk werd de eigenaar van de hoedenwinkel 'Maison Evany' aan de Nieuwendijk in Amsterdam, maar stopte hier in november 1941 mee, toen Joden geen zaak meer mochten leiden.

VerraadBewerken

Het verraad door van Dijk begon in feite met haar eigen verraad. Zelf was ze in de Marco Polostraat ondergedoken. Op een ander adres in diezelfde straat had ze twee Joodse dames ondergebracht. Die dames werden verraden en vertelden op hun beurt dat het schuiladres hen door van Dijk was aangereikt. Zij werd gearresteerd op Pasen 1943 door de Sicherheitsdienst-rechercheur Peter Schaap van het Bureau Joodse Zaken van de Amsterdamse politie. Nadat zij toegezegd had om voor de Sicherheitsdienst te werken, werd van Dijk vrijgelaten.

In de eerste periode opereerde ze alleen. Ze woonde toen samen met een nieuwe vriendin, Mies de Regt, die op de hoogte was van haar inspanningen voor de Sicherheitsdienst. Maar Mies, noch haar andere vriendinnen uitten kritiek. Later kreeg Ans hulp van een aantal andere Joodse vrouwen en werd ze de motor van deze groep, die op Joden jaagde.

Zij deed zich voor als illegaal werkster, die onderduikadressen en valse persoonsbewijzen kon leveren. Haar huis aan de Jekerstraat 46-2 in de Amsterdamse Rivierenbuurt diende als fuik, waar vele van haar slachtoffers door de Sicherheitsdienst werden gearresteerd, waaronder haar eigen broer en zijn familie. Van deze mensen overleefde slechts een klein deel de concentratiekampen.

In de zomer van 1944 ging van Dijk samen met een - ook Joodse - handlangster Branca Simons en haar man Willem Houthuys op "vakantie" naar Zeist. Ze kwamen daar in contact met een verzetsman en lieten doorschemeren zelf ook bij de ondergrondse te zijn betrokken. Zij wonnen zijn vertrouwen en achterhaalden via hem een aantal onderduikadressen. Op 18 augustus 1944 deden de Duitsers op verschillende plekken in Zeist een inval en arresteren 30 tot 40 mensen, waaronder 12 Joden. Van die twaalf overleefden maar een paar de oorlog.[1][2]

Gerard Kremer jr. wees van Dijk in het boek De Achtertuin van het Achterhuis (2018) aan als mogelijke verraadster van Anne Frank. Zijn vader Gerard sr. was in de oorlog huismeester in een pand waar Duitse instanties huisden. Hij hoorde van Dijk regelmatig adressen van onderduikers doorbellen. Begin augustus 1944 zou zij een adres aan de Prinsengracht hebben doorgebeld. Eerder kwam de journalist Sytze van der Zee in het boek Vogelvrij (2010) al bij van Dijk uit als meest waarschijnlijke dader. NIOD-onderzoeker David Barnouw reageerde sceptisch op de "onthulling", vooral vanwege het ontbreken van een "smoking gun". Volgens hem is het net zo goed mogelijk dat de arrestatie van de bewoners van het Achterhuis berust om toeval, bijvoorbeeld doordat iemand vanaf de straat een van de onderduikers naar buiten zag kijken.[3]

ArrestatieBewerken

Op 20 juni 1945 werd zij gearresteerd in het huis van Mies de Regt in Rotterdam. Op 24 februari 1947 werd zij in Amsterdam voorgeleid bij het Bijzonder Gerechtshof. De rechtbank veroordeelde haar tot de doodstraf vanwege het verraad van ongeveer 700 (volgens van Dijk 100) onderduikers, hoewel zij stelde krankzinnig van angst te zijn geweest. Met als verweer alleen uit lijfsbehoud gehandeld te hebben ging zij in beroep, maar op 24 september 1947 bevestigde de Bijzondere Raad van Cassatie haar straf. Ook haar verzoek om gratie werd afgewezen.

In januari 1948 werd zij in het Fort Bijlmer in de toenmalige gemeente Weesperkarspel (thans Bijlmermeer, gemeente Amsterdam) door een vuurpeloton om het leven gebracht. De avond voor haar executie liet zij zich dopen en trad ze toe tot de Rooms-Katholieke Kerk. Zij werd begraven op de Noorderbegraafplaats in Amsterdam.

In 2017 stond van Dijk centraal in een aflevering van de tv-serie Het was oorlog van Omroep Max.