Hoofdmenu openen

Amsterdamsche Droogdok Maatschappij

Nederlandse scheepswerf
Amsterdamsche Droogdok Maatschappij in 1981

De Amsterdamsche Droogdok Maatschappij NV (ADM) was een scheepswerf die tussen 1877 en 1985 in Amsterdam actief was op het gebied van scheepsreparatie, omvangrijke scheepsverbouwingen en machinebouw. Tussen 1950 en 1965 hield het bedrijf zich ook bezig met nieuwbouw van schepen. Vanaf 1997 werd het terrein bewoond door een groep van 130 krakers, deels kunstenaars, die er festivals en activiteiten voor publiek organiseerden. Hun woongemeenschap werd op 7 januari 2019 ontruimd.

OprichtingBewerken

 
Het tankschip Palembang in een droogdok van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij (1905)

De ADM werd opgericht op 4 september 1877 op initiatief van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, onder meer door George August Tindal. Het bedrijf werd gevestigd op een in 1878 aangekocht terrein aan de noordzijde van het IJ, waar een jaar later het eerste droogdok werd afgemeerd. In 1884 werden het terrein en een droogdok van een nabijgelegen werf aangekocht.[bron?] Het bedrijf richtte zich geheel op het onderhouden, herstellen, verbouwen en verlengen van schepen.

ScheepsbouwactiviteitenBewerken

De opening van de Middensluis in IJmuiden in 1896 betekende dat Amsterdam grotere schepen kon ontvangen en voor de ADM de bestelling van een nieuw en groter droogdok. De toename van de scheepstonnages in de loop der jaren wordt fraai geïllustreerd door de toenemende grootte van de door de ADM achtereenvolgens in gebruik genomen droogdokken (jaar van ingebruikname en hefvermogen tussen haakjes):

  • Koninginnedok [Dok 2] (1879, 4000 ton)
  • Koningsdok [Dok 1] (1884, 3000 ton, door aankoop)
  • Wilhelminadok [Dok 3] (1899, 7500 ton)
  • Julianadok [Dok 4] (1911, 12.000 ton, 1912 verlengd tot 16.500 ton, 1938 verkocht)
  • Hendrikdok [Dok 5, vanaf 1938 Dok 4] (1924, 25.000 ton)

Op 22 september 1944 werd het Hendrikdok, met daarin het Italiaanse schip XXIV Maggio, door een speciaal 'Sprengkommando' van de Duitse genie tot zinken gebracht. Het werd na de bevrijding gelicht, in eigen beheer hersteld en in 1950 weer in gebruik genomen.[bron?]

Vanaf 1950 heeft de ADM ook vijftien jaar lang nieuwe schepen gebouwd. Omdat het bedrijf niet over scheepshellingen beschikte, gebeurde dit door de bouw van geprefabriceerde secties die in Dok 2 werden geassembleerd. De tewaterlating vond dan ook plaats door middel van een 'uitdokking': het vol laten lopen van het droogdok en uitvaren van het schip. In 1965 stopte de ADM met de nieuwbouw en richtte zich geheel op haar specialiteit: scheepsreparatie.

Omdat de werf in Amsterdam-Noord onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden had, kocht de ADM in 1960 een terrein in het westelijk havengebied waar een tweede vestiging werd gebouwd. Op het terrein van 42 hectare verrezen een grote loods en een kantoorpand; aan het water werd een pier aangelegd. Voor deze nieuwe vestiging, de 'Werf Westhaven', werd in 1965 in eigen beheer een nieuw dok gebouwd, Dok 5. De oude vestiging in Noord werd de 'Werf Noord'.

De afdeling machinebouw nam lange tijd helft van de totale bezetting van de werf voor zijn rekening. Tot en met de Tweede Wereldoorlog werden alleen reparaties uitgevoerd, daarna ook nieuwbouw. Men bouwde stoomketels, stoommachines, dieselmotoren en gasgeneratoren, deels in licentie van bekende fabrikanten. De machinefabriek van de ADM hield zich ook bezig met de uiterst ingewikkelde constructie van sneldrukpersen voor drukkerijen.

Fusie en faillissementBewerken

 
ADM-medewerkers protesteren tegen de dreigende sluiting, 1982
 
Het ADM Monument op de plaats waar vroeger de werf stond

Door de economische teruggang moest de ADM in 1978 het bedrijf sluiten en werd gedwongen te fuseren met de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij NV (NDSM). De reparatiewerkzaamheden van beide bedrijven werden ondergebracht in een nieuwe Amsterdamse Droogdok Maatschappij BV, de nieuwbouw in de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij BV (NSM). Ook deze combinatie was geen lang leven meer beschoren en in 1985 werd de ADM/NSM failliet verklaard.

Het terrein van de 'Werf Noord' werd bestemd voor woningbouw. De 'Werf Westhaven' werd in 1987 gekraakt, in 1992 ontruimd, in 1997 verkocht aan de omstreden vastgoedspeculant "bulldozer" Bertus Lüske en opnieuw gekraakt. Lüske werd in 2003 geliquideerd.

Woon- en werkgemeenschapBewerken

 
Voorstelling op het ADM festival

Na 1997 heeft de bewoners- en werkgroep Amsterdamse Doe-het-zelf Maatschappij het terrein gekraakt en een levendige woon/werkgemeenschap gerealiseerd. Honderden kunstenaars, vakmensen en vrijdenkers gaven dagelijks gestalte aan deze Amsterdamse vrijplaats die ook door de gemeente Amsterdam als broedplaats werd aangewezen.

CultuurBewerken

De voormalige bewoners van de ADM zijn veelal werkzaam in de culturele sector. Er zijn meerdere bands die uit ADM-bewoners bestaan zoals de Bucket Boyz, The Beatzers en Zibabu. Daarnaast maakten mensen glaskunst, schilderijen, installaties, theater, dans en meer. Het culturele element werd doorgevoerd in de evenementen die werden georganiseerd. Op een laagdrempelige manier en zonder winst te maken werden regelmatig publieke evenementen georganiseerd. Het internationaal beroemde Robodockfestival is op de ADM begonnen en heeft meerdere malen op de ADM plaatsgevonden. Jaarlijks werd er het ADM festival georganiseerd. Ook workshops, danslessen, yoga, vegetarisch- en veganistisch eet-café, concerten en voorstellingen vonden regelmatig plaats.

NatuurBewerken

 
De oprit van het ADM terrein

Op de ADM wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met het milieu. Toen de bewoners aankwamen waren er geen bomen aanwezig. Tegenwoordig[wanneer?] staan er meer dan 2500 bomen op het terrein. Energie werd gedeeltelijk duurzaam opgewekt met 200 zonnepanelen en een windmolen. Bewoners woonden veelal in zelfgebouwde woningen die gekarakteriseerd kunnen worden als 'tiny houses', waarbij een belangrijk gedeelte van de materialen bestaat uit hergebruikte materialen. Daarnaast is er een permacultuur-tuin aanwezig die wordt onderhouden door bewoners en vrienden van de ADM. De opbrengst van de permacultuur-tuin werd weer gebruikt door de bewoners in de gemeenschappelijke keuken.

SociaalBewerken

De 125 bewoners woonden samen in een hechte gemeenschap. Bewoners kenden elkaar bij de naam. Het was gebruikelijk elkaar te helpen in geval van nood. Aan delen van materialen, kennis en tijd werd veel waarde gehecht. Daarnaast was de ADM-leefgemeenschap vrijwel volledig horizontaal georganiseerd; er waren geen mensen die autoriteit hadden over de ander. Belangrijke beslissingen werden genomen in een maandelijkse huisvergadering waarbij werd gestreefd naar consensus. Daarnaast werden initiatieven bottom-up georganiseerd.

Ontruiming en herbestemmingBewerken

Op 7 januari 2019 zijn de laatste overgebleven bewoners door de ME van het terrein verwijderd. In juli 2018 oordeelde de Raad van State al dat de bewoners van het terrein uiterlijk op eerste kerstdag 2018 hadden moeten vertrekken. Nadat de bewoners waren verwijderd van het terrein is direct begonnen met de sloop van de oude portierswoning, ten behoeve van de herontwikkeling van het gebied als bedrijventerrein. Tevens wordt er een nieuwe scheepswerf gerealiseerd.[1]

DocumentaireBewerken

In 2018 maakten AT5 en NH de documentaire De Verloren Vrijstaat over de ADM, zijn bewoners en de ontruiming. De documentaire werd ook uitgezonden door 2Doc.[2][3]