Hoofdmenu openen

Zwarte els

soort uit het geslacht els
(Doorverwezen vanaf Alnus glutinosa)

NaamgevingBewerken

Glutinosa betekent kleverig en dat heeft betrekking op de knoppen en de jonge bladeren. De toevoeging zwarte duidt op de donkerbruine schors van jonge bomen.

KenmerkenBewerken

Zwarte elzen hebben een vrij oppervlakkig wortelgestel waarmee ze veel water uit de grond trekken. De boom kan 25 tot 30(35) m hoog worden, maar dat komt zelden voor. Elzen vermeerderd door uitlopers worden meestal meerstammig. De stam is recht en gaat ver tot in de kroon door. De twijgen zijn kaal.

De schors is eerst glad, glanzend grijsbruin met een vroege vorming van de donkergrijze tot zwartbruine, schubbige, gegroefde schors.

De knoppen zijn kaal en staan op een steeltje. De zwarte els is gemakkelijk te herkennen aan de grote omgekeerd eironde bladeren. De top is stomp, uitgerand en de randen zijn grof dubbel gezaagd. De bladeren worden 4–11 cm lang en hebben 5 tot 6(8) nervenparen. De onderzijde is kaal met uitzondering van de nerfoksels (de hoeken van de nerven). De stelen zijn 2 tot 3,5 cm lang. De jonge delen zijn kleverig.

De zwarte els is eenhuizig. De houtige, mannelijke katjes vallen niet uiteen bij rijpheid zoals bij berken (Betula). Ze zijn langwerpig, 6 tot 12 cm lang. Tijdens de bloei hangen ze slap. Het stuifmeel wordt via de wind verspreid. De vrouwelijke vruchtkatjes zijn ovaal, roodbruin en zitten met drie tot vijf stuks samen en zijn gesteeld. De elzenproppen worden gevormd door de vrouwelijke bloemen. Het zijn de schutbladeren van deze bloemen die houtig geworden zijn. In hun oksels zitten de vruchtjes.

Het hout van de zwarte els is zeer bestand tegen verrotting, op voorwaarde dat het volledig ondergedompeld blijft (bijvoorbeeld bij het gebruik als heipaal).

VerspreidingBewerken

De zwarte els heeft een zeer groot verspreidingsgebied, van West-Europa, over de Kaukasus, Siberië tot in Japan en verder ook in Noord-Afrika. De soort is algemeen in België en Nederland. Minder algemeen in het bergland.

HabitatBewerken

De plant groeit op alle gronden, maar verkiest nattere plaatsen zoals waterkanten. De zwarte els houdt van natte, overstroomde, diepe, kalkarme, voedsel- en humusrijke grond. Zwarte els is winterhard, droogtegevoelig, oppervlakkig wortelend en lichtminnend.

PlantengemeenschapBewerken

EcologieBewerken

Elzen trekken kenmerkende fauna aan, onder meer sijzen (op de elzenpropjes) en insecten (zoals elzenhaantje (Agelastica alni), Hemichroa crocea).

De inheemse elzen leven in symbiose met de bacterie Frankia alni die zorgt voor de binding van stikstof uit de lucht. Deze symbionten bevinden zich in knolletjes aan de wortels. Hierdoor kan de els leven op oorspronkelijk arme bodem, waarbij de bodem verrijkt wordt. Deze verrijking met stikstofverbindingen heeft weer invloed op de ondergroei, waarin veelal brandnetels voorkomen.

 
Wortelknolletjes op zwarte els

CultivarsBewerken

  • A. glutinosa 'Aurea' is een zwakkere groeier dan de gewone zwarte els. De jonge schors is oranje. De bladeren zijn geel, vooral bij het uitlopen in het voorjaar.
  • A. glutinosa 'Imperialis' is meer een struik met ranke stammen dan een boom. Hij groeit trager dan de soort. De bladeren zijn diep ingesneden, met lijnvormige lobben en gaafrandig.
  • A. glutinosa 'Laciniata' blijft lange tijd een kleine struik met zeer kleine bladeren. Het is een zeer zwakke groeier. De bladeren zijn stomp gelobd.
  • A. glutinosa 'Pyramidalis' heeft een zuilvormige groeiwijze, en is kleiner en smaller dan de soort. Misstaat ook in een kleinere natte tuin niet.

Verwante soortenBewerken

Op plaatsen waar zwarte en grauwe els samen voorkomen vindt men regelmatig bastaarden. Die bomen zijn herkenbaar door hun intermediaire kenmerken.

Externe linksBewerken