Alfred Wünnenberg

Duits officier (1891-1967)

Alfred Bernhard Julius Ernst Wünnenberg (Saarburg/Lothringen, 20 juli 1891 - Krefeld, 30 december 1963) was een Duits officier en SS-Obergruppenführer. Hij was generaal in de Waffen-SS en de politie. Hij volgde Kurt Daluege op als hoofd van de Ordnungspolizei.

Alfred Wünnenberg
Generalmajor Alfred Wünnenberg, met Eikenloof
Geboren 20 juli 1891
Saarburg/Lothringen, Duitse Keizerrijk
Overleden 30 december 1963
Krefeld, Noordrijn-Westfalen, Bondsrepubliek Duitsland
Rustplaats Hauptfriedhof Krefeld, veld 56-graf 200[1][2]
Land/zijde Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Vlag van Duitsland tijdens de geallieerde bezetting Duitsland
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland West-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903–1919).svg Deutsches Heer
Cross-Pattee-Heraldry.svg Luftstreitkräfte
Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1913 - 1920
1933 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en Generaal in de Waffen-SS en de politie
Eenheid Infanterie-Regiment „Vogel von Falckenstein“ (7. Westfälisches) Nr. 56
Feld-Flieger-Abteilung 47
Bevel 225e Infanterieregiment
Polizei-Schützen-Regiments 3[3]
4. SS-Polizei-Panzergrenadier-Division
December 1941 -
juni 1943
Ordnungspolizei
31 augustus 1943 –
8 mei 1945[4]
IV SS Pantserkorps
11 juni 1943 –
31 augustus 1943
Persönlicher Stab Reichsführer-SS
9 november 1941 -
31 augustus 1943[4]
Gehele politie
6 mei 1945 - 8 mei 1945[4]
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen zie onderscheidingen
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog
SS-Standartenführer en Oberst der Schutzpolizei Alfred Wünnenberg in Noord-Rusland tijdens operatie Barbarossa, november 1941.

LevenBewerken

Op 25 februari 1913 trad Wünnenberg als Fahnenjunker in het Infanterie-Regiment „Vogel von Falckenstein“ (7. Westfälisches) Nr. 56 van het Pruisische leger. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij als compagniescommandant in september 1914 aan het Westfront en in 1915 aan het Oostfront gewond. Vanaf juni 1916 volgde hij een pilotenopleiding en werd in augustus 1917 als verkenningsvlieger in de Feld-Flieger-Abteilung 47 ingezet.

In april 1919 na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd hij lid van het Grenzschutz Ost en in oktober 1919 van een vrijkorps in Opper-Silezië. Na zijn bevordering naar Hauptmann verliet hij het leger in september 1920, en werd overgenomen als Polizei-Oberleutnant in de Pruisische Schutzpolizei.

In april 1920 behield hij enkele functies als hondenbegeleider aan de hogere politieschool in Essen. Hij werd als instructeur vanaf februari 1920 tot april 1921 aan de Höhere Polizeischule Potsdam-Eiche ingezet. Aansluitend keerde hij aanvang mei 1921 als hondeninstructeur aan de politieschool in Essen terug, en was tot februari 1924 commandant van de politiehondeneenheid. Er volgden meerdere functies aan de politieschool in Krefeld. Van 1926 tot 1928 verbleef hij aan de politieschool in Keulen waar hij vanaf mei 1928 tot de administratie van de politie behoorde. Aansluitend was hij instructeur op het Polizei-Institut Charlottenburg. Hij trouwde in 1929 en werd vader van een dochter. Er volgde overplaatsing naar de politie-inspectie in Hindenburg, waar hij werkte tot einde juli 1933. Op 1 mei 1933 werd hij lid van de NSDAP.

Vanaf augustus 1933 voerde hij het commando over de Schutzpolizei in Beuthen, vanaf mei 1934 in Gleiwitz en vanaf februari 1935 in Saarbrücken en vanaf oktober 1935 in Bremen en vanaf oktober 1937 ook in Mannheim. In december 1938 wisselde hij als eerste Erster Generalstabsoffizier (la) in de staf van de inspecteurs van de Ordnungspolizei in Stuttgart.

Wünnenberg werd lid van de SS. Op 2 oktober 1939 werd hij commandant van het Polizei-Schützen-Regiments 3 van de Polizei-Division. In de Dienstgradangleichung kreeg hij de rang van een SS-Standartenführer toegekend. Met dit regiment nam hij aan de Slag om Frankrijk en Operatie Barbarossa deel. Voor zijn inzet werd hij op 15 november 1941 met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis onderscheiden.

Op 15 december 1941 nam hij over het commando over van Walter Krüger van het 4. SS-Polizei-Panzergrenadier-Division. Als erkenning voor de zware strijd van zijn eenheid, werd hem als SS-Brigadeführer en Generalmajor der Polizei en het Eikenloof bij zijn Ridderkruis van het IJzeren Kruis onderscheiden.

Op 10 juni 1943 werd hij afgelost en met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 1943 als bevelvoerend generaal van het IV. SS-Panzerkorps. Op 31 augustus 1943 werd hij de opvolger van Kurt Daluege, als Chef des Hauptamtes der Ordnungspolizei.

In de laatste oorlogsdagen vluchtte hij over de Rattenlinie Nord naar Flensburg. Na de oorlog werd hij in het interneringskamp Dachau geïnterneerd, maar kwam in de aankomende jaren weer vrij. Hij stierf op 30 december 1963 in Krefeld.

Militaire carrièreBewerken

LidmaatschapsnummersBewerken

OnderscheidingenBewerken

Selectie:

Zie ookBewerken