Albertus Perk (1795-1880)

Albertus Perk (Hilversum, 15 april 1795 - Hilversum, 7 december 1880) was een Nederlands notaris, wethouder van Hilversum, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland[1] en secretaris van "Stad en Lande van Gooiland", ook wel de organisatie van de "Erfgooiers".

Albertus Perk te Hilversum

BiografieBewerken

Op 21-jarige leeftijd werd Perk gemeentesecretaris en ontvanger van Hilversum.[2] Vier jaar later werd hij beëdigd tot notaris, een functie die ook door zijn vader en later ook door zijn zoon Albertus Perk (1829-1913) werd bekleed.[2]

Op 11 oktober 1851 werd Perk wederom benoemd tot gemeentesecretaris, deze functie moest hij echter neerleggen omdat de functie onder de nieuwe Gemeentewet niet verenigbaar was met zijn functie als notaris. Hij wilde graag notaris blijven en legde daarom zijn gemeentelijke functies neer. In 1853 werd Perk benoemde tot raadslid en in 1854 werd hij uiteindelijk verkozen tot wethouder van Hilversum wat hij bleef tot zijn dood in 1880. In 1871 legde hij na 51 jaar uiteindelijk zijn functie als notaris neer.

Als secretaris van "Stad en Lande" was Perk in 1843 betrokken bij de verdeling van de erfgooiersgronden tussen Domeinen en "Stad en Lande".

Perk was erg geïnteresseerd in de geschiedenis van 't Gooi en de rechten van de Erfgooiers en heeft deze dan ook uitvoerig beschreven. Een belangrijke bron van Gooise geschiedschrijving kreeg hij in handen toen hij in 1852 het recht op de Gooise koptienden kocht van Hendrik Hoeufft van Velsen. De Gooise koptiende was een in 968 ingestelde belastingheffing die na de Grondwetswijziging van 1848 niet meer mocht worden geïnd.

Perk woonde in Hilversum aan de 's-Gravelandseweg, op de hoek van de straat die in 1883 naar hem werd vernoemd, de Albertus Perkstraat.

Toen de gemeente Hilversum op 4 maart 1955 het Gulden Boek instelde, werd hij als eerste daarin ingeschreven.

FamilieBewerken

Albertus Perk was de zoon van Jan Perk (1758-?) en Maria Johanna van der Velde. Hij had twee oudere zusters, Emmitje (1786-1807) en Neeltje (1789-1792).

Op 24 mei 1823 trouwde Perk in Ubbergen met Antonatta Carolina van Putten (1804-1832). Met haar kreeg hij zes kinderen. Zij stierf echter op de leeftijd van 27 jaar, waarna Albertus op 21 november 1832 in Ubbergen trouwde met de zuster van zijn eerste vrouw, Maria Antoinette van Putten. Met haar kreeg hij acht kinderen, waarvan een meisje na enkele maanden overleed.[3] Hun jongste dochter overleed net voor haar 16de verjaardag.

Kinderen eerste huwelijk
  1. Maria Johanna Perk (1825-1855)
  2. Alberta Carolina Perk (1825-1850)
  3. Jan Perk (1826-1911)
  4. Sophia Hermina Perk (1827-1856) trouwde met Karel Lanoy, predikant
  5. Albertus Perk (1829-1913), begraven op Gedenkt te Sterven
  6. Johanna Philippina Perk (1831-1861)
Kinderen tweede huwelijk
  1. Maria Louise Perk (1835-1917)
  2. Emma Geertruida Perk (1836-1917)
  3. Karel Jan Perk (1839-1912), getrouwd met Aagje Dekker; ze hadden 7 kinderen; hun dochter Carolina Johanna trouwde met Gerrit Abraham Cramer, Perk en Cramer werden begraven op Gedenkt te Sterven. Cramer was de laatste persoon die op deze begraafplaats werd begraven.
  4. Alberta Maria Perk (1841-1924), getrouwd met Coenraad Jacob Temminck
  5. Cornelis Egbert Perk (1843-1893)
  6. George Diederik Perk (1845-1925)
  7. Maria Carolina Sophia Perk (1848-1864)