Hoofdmenu openen

Albert D. Schroeder (1911, Saginaw (Michigan, Verenigde Staten)[1] - 8 maart 2006[2]) was (sinds 18 december 1974[3]) een lid van het Besturend Lichaam, het hoofdbestuur van Jehova's getuigen dat leiding geeft aan hun wereldomvattende activiteiten.

BiografieBewerken

Vroege jarenBewerken

Schroeders oma was lid van de Bijbelonderzoekers en had veel invloed op hem. Naar eigen zeggen deed zij bij hem "het verlangen ontstaan de bijbel in zijn oorspronkelijke talen te bestuderen". Ondanks dat maakte hij niet de keuze Hebreeuws of Grieks te studeren, maar begon hij in 1929 aan een studie taal- en letterkunde, economie en techniek aan de Universiteit van Michigan; hij brak deze studie binnen één jaar af. In de zomer van 1931 volgde hij nog een cursus landmeetkunde, maar op 15 juni 1932 werd hij een colporteur (pionier)[4], en werd op 24 juli 1932 gedoopt.[1]

Fulltime dienst voor het WachttorengenootschapBewerken

Op 13 september 1932 werd Schroeder lid van de Bethelfamilie[5] in Brooklyn (New York). Op 3 juni 1934 werd hij gearresteerd en tot 10 dagen gevangenisstraf veroordeeld vanwege het illegaal venten.

Groot-Brittannië

Op 11 november 1937 werd Schroeder aangesteld als landsopziener over het werk van Jehova's getuigen in Groot-Brittannië. Hij werkte er samen met John E. Barr, die later met hem in het Besturend Lichaam diende. Zijn opdracht was gelegen in het aansporen tot verhoogde predikingsactiviteit (het van-huis-tot-huis-werk). In 1937 had Groot-Brittannië 4.375 verkondigers[6]; dit aantal was in 1942 tot 12.436 verkondigers toegenomen.

De oorlogsjaren

Toen de Verenigde Staten op 8 december 1941 aan de Tweede Wereldoorlog gingen deelnemen, verloor Schroeder zijn vrijstelling van Britse militaire dienst, ook al was hij Amerikaans staatsburger. Hij bleef echter de militaire dienst weigeren. Op 6 mei 1942 werd hem per brief gemeld dat hij tot persona non grata was verklaard en op 24 augustus 1942 werd hij Groot-Brittannië uitgezet. Na aankomst op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap werd hij voorzitter van het comité dat de opdracht kreeg om de Wachttoren-Bijbelschool Gilead op te zetten.[7] Deze ging van start op 1 februari 1943 op de Koninkrijksboerderij dicht bij South Lansing (New York). Na de oorlogsjaren werd hij administratief hoofd van Gilead.[8]

Zijn gezin

In 1955 bezocht Schroeder een serie congressen in Europa. Hier ontmoette hij Charlotte Bowin (*1920) weer, die eerder de eerste klas van de Gileadschool had doorlopen. Zij had 12 jaar in Spaanstalige gebieden als zendeling gediend. In januari 1956 werd zij overgeplaatst naar Bethel en in augustus van dat jaar trouwde Schroeder met Bowin; anderhalf jaar later (in februari 1958) kregen zij een zoon: Judah Ben.

Nieuwe toewijzingen

In 1958 werden voorzieningen getroffen voor het opzetten van een nieuwe school genaamd: Koninkrijksbedieningsschool (vaak afgekort met KBS).[9] Op 9 maart 1959 begon de eerste klas, waar ook Schroeder les ging geven. Dit heeft hij tot 1974 gedaan. Schroeder was lid van het vertaalcomité dat het gereedmaken van een eigen vertaling van de Bijbel voorbereidde: de Nieuwewereldvertaling.[10]

Besturend Lichaam

Op 18 december 1974 werd Schroeder lid van het Besturend Lichaam. In die hoedanigheid heeft hij verschillende bijkantoren bezocht als zoneopziener[11] en lezingen op internationale congressen gegeven.

In februari 1980, toen hij samen met Karl Klein en Grant Suiter lid was van het Voorzitterscomité, deed hij een opmerkelijk voorstel: al tientallen jaren was de leer van Jehova's getuigen dat "de generatie" die het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 had meegemaakt, niet zou uitsterven voordat Armageddon (de oorlog waarin God alle goddelozen zal vernietigen) zou uitbreken. Het voorstel dat het Voorzitterscomité deed, was dit moment van 1914 te verschuiven naar 1957, het jaar waarin de Russen de Spoetnik lanceerden.[12] De Tijd van het einde zou nog altijd beginnen in 1914, maar "de generatie" zou pas gerekend worden vanaf 1957. Het voorstel haalde niet de benodigde meerderheid van stemmen om tot een wijziging te leiden in "de waarheid", het doctrinaire corpus van Jehova's getuigen.[13][14]