Akkerflora

verzamelnaam voor inheemse akkerkruiden

De term akkerflora is de verzamelnaam voor een groep van inheemse kruidachtige plantensoorten die karakteristiek zijn in en langs akkerlanden. Ze worden ook wel akkerplanten, akkerkruiden of akkeronkruiden genoemd.[1] Deze planten hebben een sterke voorkeur voor het dynamische akkermilieu. Vaak hebben ze opvallende en kleurrijke bloemen.

Enkele typische soorten akkerkruiden bij elkaar. Veelal geven ze een kleurrijk aanzicht tijdens de bloeiperiode.

BedreigingBewerken

Gedurende de 20e eeuw is de landbouw in Nederland ingrijpend veranderd door intensivering. De schaalvergroting en het gebruik van kunstmest en pesticiden hebben gezorgd voor een zeer sterke achteruitgang van de Nederlandse akkerflora.[2][3] Een groot aantal soorten akkerkruiden van de Benelux is ernstig bedreigd geworden of zelfs uitgestorven. In Nederland zijn de meeste inheemse, klassieke akkerkruiden alleen nog in het wild te zien in akkerereservaten. Dit soort akkers worden soms ook 'natuurakkers' genoemd.

 
Een voorbeeld van een akkerrand met ingezaaide akkerkruiden in Nederland. Meestal dienen deze akkerranden als zogenaamde 'faunaranden'.

PlantengemeenschappenBewerken

In en langs akkerlanden, maar ook op andere regelmatig verstoorde standplaatsen, onderscheidt men binnen de syntaxonomie de klasse van de akkergemeenschappen (Stellarietea mediae). Deze klasse telt in Nederland twee ordes met beide twee verbonden. In totaal telt de klasse in Nederland negen associaties.

FotogalerijBewerken

Zie ookBewerken

Algemene begrippen:concurrentie · dood hout · plantkunde van A tot Z · SynBioSys · vegetatie · vegetatiekunde · vegetatiekunde van A tot Z
Biogeografie:adventief · archeofyt · areaal · autochtoon · beschermingsstatus · cultuurgewas · cultuurvolger · disjunct verspreidingsgebied · eilandbiogeografie · endemisme · exoot · extinctie · florarijk · floristiek · inburgering · inheems · invasieve soort · kosmopoliet · massa-extinctie · Rode Lijst van de IUCN · status · synchorologie · uitsterven · verspreidingsgebied · vestiging
Levensvorm:bladrozet · bladverliezend · boom · chamefyt · dwergstruik · epifyt · fanerofyt · geofyt · grasachtige plant · groenblijvend · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · klimplant · kruidachtig · liaan · loofboom · naaldboom · slingerplant · struik · succulent · therofyt · winterhard
Standplaats:boomgrens · ecologische groep · ellenberg-indicatorwaarde · extremofiel · freatofyt · halofiel · halofyt · hellingbos · helofyt · indicatorplant · indicatorwaarde van Ellenberg · oecologische groep · standplaatsfactor · stroomdalflora · tredplant · verlandingsvegetatie · xerofiel · xerofyt · zoutplant
Structuur en textuur:aspect · biodiversiteit · biomassa · boomlaag · kruidlaag · moslaag · ondergroei · pioniersoort · schimmellaag · shannon-index · strooisellaag · struiklaag · symmorfologie · vegetatielaag · vegetatiestructuur · vegetatieperiode · vegetatietextuur · zode
Syntaxonomie:associatie · associatiefragment · contactgemeenschap · derivaatgemeenschap · fytocoenologie · fytocoenon · fytosociologie · klasse · klasse-eigen · klasse-vreemd · onderverbond · Orde · Plantengemeenschap · Plantensociologie · Rompgemeenschap · subassociatie · syntaxon · syntaxoncode · syntaxonomie‎ · verbond
Vegetatieonderzoek:abundantie · bedekking · Braun-Blanquetmethode · constante soort · differentiërende soort · exclusieve soort · Frans-Zwitserse school · International Association for Vegetation Science · kensoort · minimumareaal · Plantensociologische Kring Nederland · preferente kensoort · preferente soort · presentie · relevé · trouw · vegetatieopname · vegetatieschaal van Tansley · Zürich-Montpellier school
Vegetatietypen:climaxvegetatie · dijkvegetatie · geriefbos · houtwal · Landelijke Vegetatie Databank · muurvegetatie · potentieel natuurlijke vegetatie (PNV) · watervegetatie
Standaardwerken:Heukels' Flora van Nederland · De vegetatie van Nederland