Aerojet Rocketdyne

Aerojet Rocketdyne (afgekort AR) is een Amerikaans bedrijf dat is ontstaan nadat in 2013 Pratt & Whitney Rocketdyne fuseerde met Aerojet. Aerojet Rocketdyne ontwikkeld en bouwt raketmotoren voor derden.

Aerojet Rocketdyne
Oprichting 2013
Sleutelfiguren Eileen Drake (CEO sinds 2015)
Hoofdkantoor Sacramento, Californië
Producten Raketmotoren
Sector Ruimtevaart
Website www.rocket.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Het bedrijf is eigendom van het aan de New York Stock Exchange genoteerde Aerojet Rocketdyne Holding, Inc, dat eerder GenCorp heette en al eigenaar van Aerojet was. Aerojet Rocketdyne Holding, Inc heeft ook nog een zeer bescheiden vastgoed portefeuille en Aerojet Rocketdyne is daarmee veruit de belangrijkste activiteit.

Producten en toepassingenBewerken

RS-25
AR past momenteel de RS-25 spaceshuttle-hoofdmotoren aan voor hergebruik in het Space Launch System (SLS) en ontwikkelen ze een nieuwe simpeler versie voor enkelvoudig gebruik van de RS-25 voor als de oude motoren op zijn.
RS-68
De RS-68 van AR is de hoofdmotor van de ULA's Delta IV.
RL10
De RL10 is een raketmotor die in de jaren 1960 is ontwikkeld voor upperstages (bovenste raket trappen) en die nu nog in gemoderniseerde variant op de Delta IV, het SLS en Centaur van de Atlas V wordt gebruikt. Van RL10 worden ook vier stuks op de in ontwikkeling zijnde Exploration Upperstage van het SLS gebruikt. De OmegA van Northrop Grumman zal er twee op de derde trap gebruiken. Ook voor United Launch Alliance toekomstige upperstage ACES die de Centaur zal opvolgen is de RL10 de meest waarschijnlijke van de twee kandidaten. De RL10 staat bekend om zijn zeer effectieve brandstofverbruik/stuwkracht verhouding.
AJ10
een hypergolische drukgevoede motor waarvan een aantal varianten bestaan. Deze waren onder meer terug te vinden als hoofdmotor van de Apollo CSM in de Delta-K trap van de Delta II (AJ10-118k) en de Spaceshuttle (AJ10-190 Orbital manoevering system). De AJ10 van de Spaceshuttles worden hergebruikt als hoofdmotor van Orion.
AJ-26
De AJ-26 is een door Aerojet aangepaste Russische NK-33 die was overgebleven van geannuleerde Sovjet-Maanraket de N1 die tot 2014 werd gebruikt als hoofdmotor van de Antares 100 serie.
AJ-60A
De AJ-60A is een vastebrandstof-raketmotor waarvan er optioneel tot vijf stuks voor extra kracht aan de Atlas V worden toegevoegd.
AR1
De AR1 is de eerste raketmotor die sinds de fusie wordt ontwikkeld. Dit was een van de twee beoogde hoofdmotoren voor ULA's nieuwe Vulcan. Hoewel ULA voor de BE-4 van Blue Origin heeft gekozen heeft het de ontwikkeling van de AR1 volledig gefinancierd om zo een back-up te hebben. Aerojet Rocketdyne heeft in 2019 aangegeven de AR-1 voor een medium-klasse draagraket (vergelijkbaar met de Delta II en Antares) te willen aanbieden. In oktober 2019 meldde AR en Firefly Aerospace een samenwerking aan te gaan en mogelijk de AR1 als hoofdmotor voor de Firefly Beta te gaan gebruiken.
RS-88
De RS-88 door Boeing in viertallen voor het ontsnappingssysteem van de Starliner gebruikt. Deze werken op ethanol en vloeibare zuurstof. De motor werd oorspronkelijk in de jaren 1990 door Rocketdyne ontwikkeld in het kader van NASA’s Bantam-project.
J-2X
De J-2X werd ontwikkeld voor NASA's in 2010 geannuleerde Ares I en Ares V. De ontwikkeling ging daarna door omdat de J-2X was voorgesteld voor SLS' Exploration Upperstage. Hoewel de ontwikkeling van J-2X in 2014 gereed kwam koos NASA voor de aloude RL10 voor de Exploration Uppestage.
F-1
AR heeft ook het ontwerp van de Rocketdyne F-1 in zijn bezit. Dit is de grootste vloeibarebrandstof-raketmotor ooit waarvan en vijf in de Saturnus V zaten. Sinds 2013 zijn er een aantal tests met een oude F-1 geweest. Op deze manier wil de huidige generatie rakettechnici meer leren over deze motor. Een nog te ontwikkelen moderne variant de F-1B is voorgesteld om op de side-boosters van de SLS Block II te zitten.[1]
3D-printservice
Aerojet Rocketdyne vervaardigd de 3D-geprinte powerhead van de Reaver, de door Firefly Aerospace ontwikkelde hoofdmotoren van de Firefly Alpha.

Bod op United Launch AllianceBewerken

In september 2015 probeerde AR tevergeefs om een meerderheidsbelang in zijn belangrijkste klant United Launch Alliance (ULA) in handen te krijgen door US$2 miljard te bieden op de ULA-aandelen waarvan Boeing en Lockheed Martin beiden 50% in handen hebben.[2] Hiermee wilde AR voorkomen dat ULA voor de nieuwe Vulcan zou kiezen voor motoren van concurrenten Blue Origin (BE4-hoofdmotoren) en Orbital ATK (GEM 63XL extra vaste brandstofmotoren) in plaats van de AR1 en de AJ-60A van AR. Nog voor het bod officieel was afgewezen ging ULA contracten met Blue Origin en Orbital ATK (nu Northrop Grumman) aan.[3]

Externe linkBewerken