Adriana van Glymes

Adriana van Glymes (Slot Wouw, 9 maart 1495[1][2][3]27 juni 1524[1][2][3][4][5][6]) was een Nederlandse adellijke vrouw uit het Huis Glymes en door huwelijk gravin van Nassau-Wiesbaden-Idstein.

Adriana van Glymes
14951524
Het grafmonument voor Adriana van Glymes en Filips I van Nassau-Wiesbaden in de Uniekerk te Idstein
Geboren 9 maart 1495
Slot Wouw
Overleden 27 juni 1524
Vader Jan III van Glymes
Moeder Adriana van Brimeu
Dynastie Glymes
Broers/zussen Jan, Anna, Anton
Partner Filips I van Nassau-Wiesbaden
Kinderen Catherina, Filips II, Margaretha, Adolf IV, Balthasar, Anna
Blason fam nl van Glymes.svg
Wapen van de familie Glymes

BiografieBewerken

Adriana was de oudste dochter van Jan III van Glymes, heer van Bergen op Zoom en Adriana van Brimeu,[1][2][3] dochter van Gwijde van Brimeu, heer van Humbercourt en Antoinette van Rambures.[1] Ze huwde te Bergen op Zoom op 24 augustus 1514[1][2][3] met graaf Filips I van Nassau-Wiesbaden (Keulen, 26 april 1492[2]Idstein, 6 juni 1558[2][7]). Filips was in 1511 zijn vader opgevolgd als graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein.[2][3][4][6][7]

Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[2][3][4][5][6]

  1. Catherina (1515 – 1540), huwde in 1538 met Johan II van Hohenfels († 1573).
  2. Filips II (1516 – Sonnenberg, 3 januari 1566), was sinds 1536 mederegent van zijn vader, werd in 1554 graaf van Nassau-Wiesbaden, erfde in 1556 Idstein van zijn broer Adolf, maar stond dat in 1564 af aan zijn broer Balthasar.
  3. Margaretha (1517 – 24 maart 1596), was abdis van Klooster Walsdorf bij Idstein sinds 1554.
  4. Adolf IV (1518 – Idstein, 5 januari 1556), werd in 1554 graaf van Nassau-Idstein.
  5. Balthasar (1520 – 11 januari 1568), werd in 1564 graaf van Nassau-Idstein en erfde in 1566 Wiesbaden van zijn broer Filips II.
  6. Anna (1520 – Klooster Walsdorf, 1594), was non in Klooster Walsdorf bij Idstein.

Adriana en Filips hadden hun residentie afwisselend op de Burcht Idstein en de Burcht Wiesbaden. Adriana overleed toen ze pas 29 jaar oud was. Ze werd begraven in de Uniekerk te Idstein.[7]

Grafsteen en grafmonumentBewerken

 
De Uniekerk te Idstein

Haar grafsteen van rode zandsteen werd waarschijnlijk bij de verbouwing van de kerk na 1665 in de vloer van het koor onder het hoogaltaar geplaatst, waar het in 1875 herontdekt werd. De steen toont het bas-reliëf van de overledene in eigentijdse dracht, omlijst door vierzonige pilasters en aan beide zijden van het hoofd te voorschijn komende rozenblaadjes. Oorspronkelijk droeg de steen vier wapenschilden, waarvan alleen de twee bovenste op de hoeken de inscriptierand doorsneden. De twee onderste wapenschilden zijn als gevolg van aanzienlijke schade aan het onderste kwart van de steen verloren gegaan. Het oppervlak is versleten en de inscriptie is beschadigd, het onderste deel van de steen is vernield. Op de rand een rondlopende grafinscriptie die linksboven begint en luidt: “AN(N)O · l · 5 · 24 · DEN · 27 / IVNY · STARB · DIE · WOLGEBORNE · AD[RIANA GEBORNE GRAVIN ZV BERGEN VND WALEN GRAV]IN · ZV · NASS(AW) · FRAW · ZV · WISBA(DEN) V(N)D · IZST(EIN) · DER · GOT · GENE(DIG) · SY · AM[EN]”. De tekst van de inscriptie op de grafsteen en het grafmonument is vrijwel identiek. De vormen van de letters en de ornamenten en details van de figuur op de steen komen inderdaad overeen met die van Filips, zodat de gelijktijdige productie van de grafstenen in 1558 aannemelijk is.[8]

Het reeds in de 17e eeuw beschadigde en later verminkte en veranderde grafmonument van witte kalksteen is aan de oostelijke wand van het ridderkoor geplaatst. Het grafmonument heeft een rijke Renaissance-architectuur die zich boven de brede sokkel met de grafinscripties voor Filips en Adriana verheft. De twee staande figuren van het echtpaar zijn in deze lijst geplaatst; een rijkelijk versierd driehoekig fronton vormde oorspronkelijk het bovenste uiteinde van het monument. Inmiddels ontbreekt naast dit fronton ook het grootste deel van de linker pilaster, waarop de wapenschilden van de zijde van de man waren geplaatst. In Adriana's inscriptie begint de eerste regel met een bredere woordruimte en gaat dan dichter bij elkaar in de volgende regels met smallere, dichter bij elkaar staande letters. De H toont een naar beneden uitpuilende balk, de bogen van B en R zijn open. Er zijn hoofdletters gebruikt; de woordverdeling wordt gekenmerkt door kleine driehoekjes. De inscriptie voor Filips luidt: “ANNO · l · 5 · 58 · DE(N) · 6 · JVNY · STARB / DER · WOLGEBORN · PHILIPS · GRAVE / ZV · NASSAW · HER · ZV · WISBADEN / VND · ITZSTEIN · DES · SELE · GOTT / DER · ALMECHTIG · EIN · SELIGE / VFFERSTEHVNG · VERLEIHE(N) · WOLL · A(MEN)” en de inscriptie voor Adriana luidt: “ANNO · l · 5 · 24 · DEN · 27 · JVNY / STARB · DIE · WOLGEBORN · ADRIANA / GEBORNE · GRAVIN · ZV · BERGEN VND / WALEN · GRAVIN · ZV · NASS(AW) · FRAW · ZV / WISBA(DEN) · V(N)D · ITZST(EIN) · DER · GOT · EI(NE) · SELIGE / VFFERSTEVNG · VERLEIHE(N) · WOLLE A(MEN)”.[9]

VooroudersBewerken

Voorouders van Adriana van Glymes
Betovergrootouders Jan van Glymes
(?–1428)

Isabella van Grave
(?–?)
Hendrik IX van Boutersem
(?–1419)

Johanna van de Aa
(?–?)
Mathieu van Rouvroy
(?–1415)

Johanna van Haverskerque
(?–?)
Ame van Commercy
(?–1414)
⚭ 1396
Maria van Thil
(?–na 1423)
David van Brimeu
(?–1427)
⚭ 1396
Maria van Sorrus
(?–1422/23)
Colart van Mailly
(?–?)

Maria van Lorsignol
(?–?)
?
(?–?)

?
(?–?)
?
(?–?)

?
(?–?)
Overgrootouders Jan I van Glymes
(?–1427)
⚭ 1418
Johanna van Boutersem
(?–1440)
Gauthier van Rouvroy
(?–1458)
⚭ 1422
Maria van Commercy
(?–na 1449)
Jan II van Brimeu
(?–1441)
⚭ 1432
Maria van Mailly
(?–1470)
Jacob van Rambures
(?–?)

Maria van Berghes-Saint-Winock
(?–?)
Grootouders Jan II van Glymes
(?–1494)

Margaretha van Rouvroy
(?–?)
Gwijde van Brimeu
(1433–1477)
⚭ 1463
Antoinette van Rambures
(?–1517)
Ouders Jan III van Glymes
(?–1531)
⚭ 1487
Adriana van Brimeu
(?–?)

Externe linksBewerken

  Zie de categorie Adriana van Glymes van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.