Hoofdmenu openen

Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein

Graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1355-1370)

Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1307[1][2][3][4] - Idstein, 17 januari 1370)[1] was graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein, een deel van het graafschap Nassau. Hij stamt uit de Walramse linie van het huis Nassau en was de stamvader van het huis Nassau-Wiesbaden-Idstein.

Adolf I
Tekening van het grafmonument van Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein en Margaretha van Neurenberg in Klooster Klarenthal uit het Epitaphienbuch van Heinrich Dors, 1632
Tekening van het grafmonument van Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein en Margaretha van Neurenberg in Klooster Klarenthal uit het Epitaphienbuch van Heinrich Dors, 1632
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau
Regeerperiode 1344-1355
Mederegent Johan I
Voorganger Gerlach I
Opvolger n.v.t.
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein
Regeerperiode 1355-1370
Voorganger n.v.t.
Opvolger Gerlach II
Walram IV
Huis Nassau-Wiesbaden-Idstein
Vader Gerlach I van Nassau
Moeder Agnes van Hessen
Geboren 1307
Gestorven 17 januari 1370
Idstein
Begraven Klooster Klarenthal bij Wiesbaden
Partner Margaretha van Neurenberg
Religie Rooms-Katholiek
Wapenschild
Wapen van de Walramse Linie

BiografieBewerken

Adolf was de oudste zoon van graaf Gerlach I van Nassau en Agnes van Hessen,[1][2][3] dochter van landgraaf Hendrik “de Jongere” van Hessen en Agnes van Beieren.[1][2]

Zijn vader liet hem sinds ongeveer 1338 deelnemen aan de regering. In 1344 deed zijn vader afstand ten gunste van Adolf en zijn broer Johan.[4] De graven van Katzenelnbogen losten in 1350 de verpanding van stad en kasteel Katzenelnbogen in, zodat deze voor Adolf verloren gingen.[4]

In 1355 gingen Adolf en Johan over tot een verdeling van hun bezittingen, Adolf verkreeg bij die verdeling de heerlijkheden Wiesbaden en Idstein.[4] Gezamenlijk bezit van beide broers bleven Klooster Schönau, Miehlen, de Burcht Laurenburg, de Esterau, het Vierherrengericht[5] en het deel van Kasteel Nassau dat bezit was van de Walramse Linie.[4] Deze gebieden konden niet verdeeld worden, omdat ze in 1255 bij de verdeling van het graafschap Nassau (de Prima divisio) gezamenlijk bezit van de Walramse en de Ottoonse Linie gebleven waren.
De halfbroers van Adolf en Johan, Crato en Rupert, verkregen bij de verdeling van 1355 Kasteel Sonnenberg en regeerden sindsdien samen als graven van Nassau-Sonnenberg.[4]

Adolf resideerde overwegend in Idstein. Daar liet hij de stadskerk (sinds 1817: Uniekerk) uitbreiden, en bouwde de Hexenturm. In Wiesbaden bevorderde hij de weverij. Adolf bouwde Kasteel Adolfseck[4] aan de Aar, dat hij in 1356 in leen opdroeg aan Keur-Mainz. Op dat moment was Adolfs broer Gerlach de aartsbisschop en keurvorst van Mainz.

Adolf deed in 1358 afstand van de jurisdictie over Wellmich aan het aartsbisdom Trier en verpande zijn deel van de Burcht Laurenburg.[4] Hij kocht in 1369 Rambach van de heren van Eppstein.[4]

In de rijkspolitiek stond Adolf aan de zijde van keizer Karel IV.

Adolf werd begraven in Klooster Klarenthal bij Wiesbaden.[1][2] Het grafmonument voor Adolf en zijn echtgenote werd in 1632 of 1650 uit de tot ruïne vervallen kloosterkerk overgebracht naar de Mauritiuskerk in Wiesbaden. Die kerk werd in 1850 door brand verwoest, het grafmonument ging daarbij verloren.

Huwelijk en kinderenBewerken

 
Grafmonument voor Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein en Margaretha van Neurenberg met de muurschildering in Klooster Klarenthal

Paus Johannes XXII verleende op 13 september 1327 dispensatie voor het huwelijk tussen ‘nobili viro Adolpho nato nobilis viri Gerlaci comitis de Nassawe Trevirensis diocesis’ en ‘una ex filiabus … nobilis viri burgravii de Nurenberg Bambergensis diocesis’ ondanks hun vierdegraads verwantschap.[1] Het huwelijkscontract tussen ‘Friderich … Purgrave ze Nurnberch … Margretin unser Tochter’ en ‘Gerlachin grauin von Nassowe … Adolfin … sun’ is gedateerd 23 februari 1330 en bevat het advies van ‘Emchen Grauen von Nassowe unsers … Swagers und Ulrichs von Hanawe und Johansen dez vorgenanten greuen Emchin sun’.[1]

Adolf huwde in 1332[1][2][3] met Margaretha van Neurenberg († na 13 november 1382),[1] dochter van burggraaf Frederik IV van Neurenberg en Margaretha van Görz en Tirol.[1] Margaretha werd begraven in Klooster Klarenthal.[1]
Uit het huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[6]

  1. Gerlach (1333 - na 1386), volgde zijn vader op samen met zijn broer Walram.
  2. Frederik († 1371), was domheer te Mainz.
  3. Agnes († 1376), huwde eerst met graaf Werner IV van Wittgenstein († vóór 1359) en daarna vóór 1361 met heer Everhard I van Eppstein († tussen 28 mei en 16 oktober 1391).
  4. Johan, jong overleden.
  5. Margaretha († 8 juli 137.), was abdis van Klooster Klarenthal.
  6. Elisabeth († 1 februari 1389), huwde op 18 juni 1361 met graaf Diederik VIII van Katzenelnbogen († 17 februari 1402). Elisabeth en Diederik werden begraven in Klooster Eberbach.
  7. Anna († 28 mei ....), was abdis van Klooster Klarenthal.[7]
  8. Adelheid, was in 1370 non in Essen.[8]
  9. Adolf (1345/46 of 1353[9] - Heiligenstadt, 6 februari 1390), was sinds 1381 aartsbisschop en keurvorst van Mainz.
  10. Johan (1353[10] - 7 augustus 1420), was namens de aartsbisschop en keurvorst van Mainz (= zijn broer Johan II) voogd in Rusteburg, stadhouder in Eichsfeld, voogd in Sacheburg in 1412, provisor in Erfurt in 1413 en gevolmachtigde in Hessen in 1416.
  11. Catherina (1353[11] - 21 maart 1403 of 31 maart 1404[12]), huwde op 10 juni 1373 met heer Reinhard IV van Westerburg († 1421).
  12. Walram (1348 of 1354[13] - 7 november 1393), volgde zijn vader op samen met zijn broer Gerlach.
  13. Johan II (1360 - Aschaffenburg, 23 september 1419), was sinds 1397 aartsbisschop en keurvorst van Mainz.[14]
  14. Frederik, jong overleden.[15]
  15. Walram, jong overleden.[16]
  16. Catherina.[17]
  17.  ? Johanna, jong overleden.
  18.  ? Rodereta.

Buitenechtelijk kindBewerken

Daarnaast had Adolf een buitenechtelijke zoon:[1]

  1. Johan Adolf van Nassau († 4 augustus 1420), gelegitimeerd 1417/19, scholasticus van de Sint-Marie te Bingen 1401/02 en 1413, voogd van Jechaburg 1412, provoost te Jechaburg 1412/18, provisor te Erfurt 1413, vanaf 1418 te Gieboldehausen, provoost van de Sint-Marie te Erfurt 1419/20, koster van de Sint-Viktor te Mainz.

Externe linksBewerken