Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Acacia (plant)

geslacht uit de geslachtengroep Acacieae

Acacia is een geslacht uit de onderfamilie Mimosoideae, een onderfamilie in de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae/Fabaceae). Alle soorten zijn houtig. Sinds 2010 is de omgrenzing enigszins onzeker: er werd overwogen of het geslacht niet opgedeeld kon worden.

Acacia
Samengestelde bladeren van de acacia.
Samengestelde bladeren van de acacia.
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fabales
Familie: Leguminosae/Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)
Onderfamilie: Mimosoideae
Geslacht
Acacia
Mill. (1754)
Acacia negev
Acacia negev
Acacia drepanolobium
Acacia drepanolobium
Acacia senegal
Acacia senegal
Afbeeldingen Acacia op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Acacia op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Met 'de acacia' als soort wordt gewoonlijk de robinia (Robinia pseudoacacia) bedoeld, die echter tot het geslacht Robinia behoort dat zelfs geen deel uitmaakt van de Mimosoideae. Maar de snijbloem "mimosa" behoort wel tot het geslacht Acacia.

Inhoud

AlgemeenBewerken

 
Verspreidingsgebied van soorten uit het geslacht acacia

Acacia-soorten komen voor in Australië, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Afrika. Er zijn ongeveer 1300 soorten, waarvan bijna duizend in Australië. De discussie rond de taxonomie concentreerde zich voornamelijk op de vraag of de niet-Australische soorten wel in het geslacht gehandhaafd konden worden. De Afrikaanse soorten worden inmiddels in andere geslachten ingedeeld zoals Vachellia.

Acacia's hebben vaak samengestelde bladeren: een blad bestaat uit meerdere deelblaadjes. De acacia heeft veel lange doorns die overal uit de zich wijd uitspreidende takken steken. Van acacia's die in een groep staan, zijn zijn de takken gewoonlijk zo ineengestrengeld, dat ze een ondoordringbaar struweel vormen. De acacia's kunnen zo'n zes tot acht meter hoog worden, maar blijven vaak ook struikvormig. Ze hebben zachte, geveerde blaadjes, gele bloemen en gebogen, spits toelopende peulvruchten.

Onder de ruwe, zwarte schors zit erg hard, fijngenerfd en dicht hout dat goed tegen insecten bestand is. Het hout van een Acacia is vaak hard, niet erg buigzaam en moeilijk te bewerken. De grotere planten zijn vaak erg gevoelig voor wind.

Acacia-soorten kunnen op verscheidene manieren een rol spelen in het dagelijks leven:

  • Acacia-soorten worden in tuinen en plantsoenen aangeplant om de mooie bloemen, bladeren en vorm van de bomen. Oorspronkelijk komen ze uit Noord-Amerika.
  • Ze worden gebruikt als alternatief geneesmiddel en aan de etherische oliën worden bijzondere effecten toegedicht: goed voor de stoffencirculatie, de huid, erotische aantrekkingskracht en zelfs voor de gevolgen van suikerziekte. Bewijzen ontbreken echter.
  • Sommige Acacia-soorten bevatten dimethyltryptamine en aanverwante hallucinogene stoffen die ook in sommige paddenstoelen zitten (paddo's), het extract hiervan wordt wel in smartshops verkocht.
  • De Acacia seyal, een van de soorten die Arabische gom levert, groeit in wadi’s: stroomdalen die meestal droog staan, maar in de regentijd kunnen veranderen in kolkende stromen. De naam seyal is het Arabische woord voor „stroom” of „waterloop”. De boom komt voor in de woestijngebieden rondom de Dode Zee en zuidelijker in de Grote Arabische Woestijn en op het Sinaï-schiereiland.

SymbioseBewerken

In de tropen van Zuid-Amerika en Afrika komen soorten voor, zoals de stierenhoorn-acacia (Acacia cornigera), die in symbiose leven met mieren. De planten hebben een aantal ongewone kenmerken:

  • er groeien kleine, witte of gele 'broodjes' aan de uiteinden van alle blaadjes van een blad;
  • er zitten grote, dikke stekels aan de planten;
  • de stengels en stekels zijn hol;
  • een plant heeft maar zelden parasieten, zolang die in de natuurlijke leefomgeving groeit.

Bepaalde hiernaar vernoemde mierensoorten, de 'acaciamieren', leven in de holle delen van de plant en nemen de broodjes, vettige, suikerrijke uitscheidingen waar mieren dol op zijn, mee naar het nest. Ze beschermen de plant tegen plantenparasieten, maar ook tegen grote planteneters zoals zelfs giraffen. Giraffen hebben een lange, harde tong die de stekels makkelijk aankan, maar giraffen eten niet graag van een 'bewoonde' acacia, want de mieren kunnen een vervelende beet toebrengen. Bij de bestuiving van de plant spelen de mieren overigens geen rol.

GebruikBewerken

Acacia catechu levert cachou of catechu. Acacia senegal en Acacia seyal leveren Arabische gom. Arabische gom is een ingrediënt met veel toepassingen, onder andere in de voedselbereiding, grafische industrie en de productie van verf en inkt.

Acaciahout is vanwege de fijne nerf, de warme oranjebruine kleur en zijn duurzaamheid nog steeds in trek voor schrijnwerk. De Egyptenaren uit de oudheid gebruikten het voor de klampen waarmee zij hun mummiekisten dichtmaakten en voor de bouw van hun boten.

Ook de oorspronkelijke na de woodbadge te ontvangen Gilwell-kralen van koning Dinuzulu waren uit dit hout gesneden.

Zie ookBewerken