Hoofdmenu openen

Abu Nuwas

dichter uit Arabieren (756-814)
Abu Nuwas, Tekening door Kahlil Gibran, al-Funun 2, no. 1 (Juni 1916)

Abu-Nuwas (of Aboe Noewas) al-Hasan ben Hani al-Hakami (c.a. 750810), ook bekend als Abū-Nuwās (Arabisch:ابونواس), was een Arabische dichter, die wordt gerekend tot de grootste klassieke Arabische en Perzische dichters. Hij was een meester in alle standaard genres van Arabische poëzie. In de verhalen van Duizend-en-één-nacht is hij de metgezel van kalief Haroen ar-Rashid.

Jonge jaren en werkBewerken

Abu Nuwas was de zoon van een soldaat genaamd Hani, die diende in het leger van Marwan II, en een wever genaamd Golban. Zijn moeder was van Perzische afkomst. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Bronnen over Nuwas’ exacte geboortejaar verschillen van 747 tot 762. Sommige bronnen beweren dat hij in Damascus geboren zou zijn, anderen spreken over Bosra of Ahvaz. Zijn volledige naam was al-Hasan ibn Hani al-Hakami, 'Abu Nuwas' was een bijnaam en betekent letterlijk vader van de gekrulde haarlok.

Toen Abu Nuwas nog een kind was, verkocht zijn moeder hem aan een kruidenier uit Basra. Al snel ontdekte de dichter Walibah ibn al-Hubab dat Nuwas intelligent was, en zelf een aanleg had voor poëzie. Hij kocht de jongen vrij en werd zijn mentor in theologie, grammatica en poëzie. Later ging Abu Nuwas in de leer bij Khalaf al-Ahmar. Volgens sommige verhalen zou hij ook een jaar tussen bedoeïenen hebben gewoond.

Abu Nuwas verhuisde uiteindelijk naar Bagdad, vermoedelijk vergezeld door Walibah ibn al-Hubab. Hier begon hij met het schrijven van zijn eerste gedichten. Hij kwam al snel bekend te staan om de scherpe en humoristische ondertoon in veel van zijn werken waarin hij niet de traditionele woestijnthema’s behandelde, maar het leven in de stad. Zijn werk omvat gedichten over de vreugde van het drinken van wijn (khamriyyat, wijnpoëzie) en over de liefde, met name die voor jongens (mudhakkarat, homo-erotische poëzie) en die voor als jongen verklede meisjes (ghulamiyyat). Verder schreef hij lofzangen en gedichten over de jacht. Abu Nuwas was berucht voor zijn spotdichten en choqueerde geregeld door openlijk te schrijven over dingen die de islam verbood.

Verbanning en gevangenschapBewerken

Abu Nuwas moest gedwongen naar Egypte vluchten nadat hij een gedicht had geschreven waarin hij de Barmakiden, een machtige familie die was uitgemoord door de kalief Haroen ar-Rashid, prees. Hij keerde terug naar Bagdad in 809 na de dood van Haroen ar-Rashid. Toen Mohammed al-Amin, Harun ar-Rashids zoon en ooit een leerling van Abu Nuwas, aan de macht kwam, brak voor Abu Nuwas tijdelijk een tijd van grote voorspoed aan. Net als Abu Nuwas hield ook de nieuwe kalief van wijn en jongens. Veel geleerden zijn van mening dat Abu Nuwas zijn meeste werken schreef tijdens de regeerperiode van al-Amin. Zijn bekendste werk uit deze tijd was een gedicht waarin hij al-Amin prees.

Aan deze voorspoed kwam een eind toen Abu Nuwas in een dronken bui te ver ging met zijn satire. Hij werd in de gevangenis gegooid. Amin werd uiteindelijk van de troon gestoten door zijn broer, Al-Ma'mun, die totaal geen tolerantie had voor Abu Nuwas.

Volgens sommige bronnen zorgde zijn angst voor de gevangenis ervoor dat Abu Nuwas een nieuwe weg insloeg en zwaar religieus werd. Andere bronnen beweren dat zijn latere werken, die duidelijk van een ander genre zijn, waren bedoeld in de hoop vergeving te krijgen van de kalief. Er wordt beweerd dat al-Ma'muns secretaris Zonbor Abu Nuwas ertoe verleidde om een satirisch gedicht te schrijven over Ali, de zwager van de profeet. Zonbor las dit gedicht vervolgens hardop voor aan een groot publiek, wat ervoor zorgde dat Abu Nuwas in de gevangenis bleef.

Abu Nuwas stierf rond het jaar 810. Volgens sommige bronnen stierf hij in de gevangenis. Volgens anderen werd hij vergiftigd door Ismail bin Abu Sehl.

NasleepBewerken

Abu Nuwas wordt vandaag de dag gezien als een van de grootmeesters van de klassieke Arabische literatuur. Zijn werk diende als inspiratie voor veel latere schrijvers, waaronder Omar Khayyám en Hafiz. Een karikatuur van Abu Nuwas is terug te vinden in enkele verhalen van Duizend-en-één-nacht.

Zijn vrijheid van meningsuiting, vooral over onderwerpen die door islamitische normen werden verboden, heeft ertoe geleid dat veel van zijn werk later in gecensureerde vorm werd uitgegeven.

Externe linksBewerken