Hoofdmenu openen

Abdij van Susteren

abdij in Nederland
Zie artikel Dit artikel gaat over de abdij van Susteren; voor de abdijkerk, zie Sint-Amelbergabasiliek
Stift Susteren in 1653

De abdij van Susteren was een abdij, later een sticht in de plaats Susteren in Opper-Gelre, later Gulik, thans in de Nederlandse provincie Limburg. De abdij, gesticht door Willibrord, geldt als het oudste klooster van Nederland.

Inhoud

GeschiedenisBewerken

Kloosterstichting en vroege ontwikkelingBewerken

In 714 werd op de plaats van de huidige Sint-Amelbergabasiliek een Frankische abdij gesticht, waarvan de kerk gewijd was aan Christus Salvator en de heilige apostelen Petrus en Paulus. Stichter van de abdij, en wellicht eerste abt, was de van oorsprong Angelsaksische missiebisschop en bisschop van Utrecht, Willibrord, die daartoe van de hofmeier Pepijn van Herstal en zijn echtgenote Plectrudis het landgoed Suestra geschonken kreeg. Volgens een andere versie van de stichtingsgeschiedenis was het dubbelklooster nog ouder en werd het op 2 maart 714, enkele maanden voor de dood van Pepijn van Herstal, aan Willibrord geschonken. Waarschijnlijk betrof het de eerste kloosterstichting in het gebied van het huidige Nederland.

Over de vroegste geschiedenis van de abdij is weinig met zekerheid bekend. Wel vonden er enkele belangrijke begravingen plaats. Door de schenking van Pepijn en Plectrudis kan de abdij beschouwd worden als een Karolingisch eigenklooster. Met name de familieleden van Plectrudis gaven de voorkeur aan Susteren als grafkerk, onder anderen Vastrada, de echtgenote van Plectrudis' neef Alberik, en Vastrada's zoon en kleinzoon, de Utrechtse bisschoppen Gregorius en Alberik. Van beide zijn in de schatkamer van de Sint-Amelbergabasiliek relieken aanwezig, onder andere hun beider schedels en de tuniek van Alberik.

De ligging van Susteren, halverwege Utrecht, de zetel van het missiebisdom, en Echternach, een andere belangrijke kloosterstichting van Willibrord, bleek gunstig voor de ontwikkeling van het klooster. Willibrord zelf verbleef er enige malen. De weg tussen Utrecht en Echternach werd bekend als de Willibrordsweg. Bij opgravingen in de jaren 1990 (zie hieronder) zijn resten van houten bouwwerken uit de 8e eeuw gevonden, die het bestaan van een karolingische abdij bevestigen.

Volgens een 17e-eeuwse bron werd de abdij in 882 verwoest door de Noormannen, die vlakbij, in Asselt, een uitvalsbasis hadden, maar dit staat niet vast. In 891 schonk Arnulf, koning van Lotharingen, de abdij van Susteren aan de abdij van Prüm. Koning Zwentibold en Karel de Eenvoudige bevestigden deze schenking in respectievelijk 895 en 916. Waarschijnlijk werd rond deze tijd het mannenklooster omgezet in een benedictinessenklooster. De eerste abdis van het vrouwenklooster was Amelberga van Susteren, die in de abdijkerk begraven werd en als heilige werd vereerd. Ook haar opvolgsters, de prinsessen Benedicta en Cecilia, en hun vader, koning Zwentibold van Midden-Francië (Lotharingen) werden er omstreeks 900 begraven. Van allen zijn diverse relieken in de schatkamer aanwezig.

Stift SusterenBewerken

Pas in 1312 wordt de abdij opnieuw in een akte vermeld en hieruit blijkt dat de benedictinessenabdij inmiddels is omgezet in een kapittel of stift van seculiere kanunnikessen. Het Susterense sticht liet uitsluitend dames van adel toe, die geen kloostergelofte hoefden af te leggen, persoonlijke bezittingen mochten hebben en meer vrijheid hadden dan nonnen. Korte tijd na de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden door de Franse Republiek werd het kapittel opgeheven (officieel in 1802). De meeste stiftsdames waren Susteren toen al lang ontvlucht om er nooit meer terug te keren.

Beschrijving gebouwenBewerken

AbdijkerkBewerken

  Zie Sint-Amelbergabasiliek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van de abdijgebouwen is, op een enkel muurfragment na, niets meer over. De stiftskerk was eind 18e eeuw al als parochiekerk in gebruik genomen, waarna de oude, bouwvallige parochiekerk werd afgebroken. De nieuwe parochiekerk kreeg in de loop van de 19e eeuw de naam Sint-Amelbergakerk, als verwijzing naar de eerste abdis van het klooster, Amelberga van Susteren, waarvan nog relieken in de schatkamer van de kerk aanwezig zijn. De romaanse stiftskerk werd eind 19e eeuw door de bekende architect Pierre Cuypers grondig gerestaureerd en verbouwd.

AbdijgebouwenBewerken

Bij archeologische opgravingen door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek zijn in 1991-93 op het Salvatorplein aan de noordzijde van de kerk de resten van het oudste klooster opgegraven. Dat bestond uit kleine, vrijstaande gebouwen: een rechthoekig gebouwtje, een ronde doopkapel, een waterput, alle gemaakt van maaskeien, en enkele houten gebouwen. Het zal diverse malen gewijzigd zijn, omdat de houten gebouwen maar een beperkte levensduur hadden en omdat het klooster in 882 door de Noormannen verwoest zou zijn. Archeologisch bewijs is daarvan niet gevonden. Tussen de kloostergebouwen en de voorganger van de 11e-eeuwse kerk, die onder het huidige gebouw gelegen heeft, lagen ruim 70 graven van mannen en vrouwen uit de 8e tot 11e eeuw. In de 11e eeuw werd het vroegmiddeleeuwse complex vervangen door een klooster met een rechthoekige plattegrond rond een hof, aansluitend op de noordzijde van de kerk. Bij het onderzoek van 1991-93 zijn resten van gebouwen uit verschillende bouwperioden gevonden, waaronder een kloostergang, en verder waterputten, beerputten, een grachtenstelsel en een omheining.

Archeologische vondstenBewerken

Een deel van de vondsten van de opgraving uit de jaren 1990 bevindt zich thans in de archeologische collectie van het Limburgs Museum in Venlo. Daaronder bevinden zich diverse gebruiksvoorwerpen en speelgoed; dit laatste waarschijnlijk in verband met de soms jeugdige leeftijd waarop meisjes in het klooster geplaatst werden.

BronnenBewerken