Abdij van Fontevraud

Dubbelklooster in Fontevraud-l'Abbaye, Frankrijk

De Abdij van Fontevraud (of Fontevrault) ligt in het Franse plaatsje Fontevraud-l'Abbaye. Het is de best bewaarde verzameling kloostergebouwen ter wereld, heeft een zeer rijke geschiedenis en is daardoor een grote toeristische trekpleister geworden. De abdij hangt niet af van een orde maar is van benedictijnse inspiratie.

Luchtfoto van de abdij
De kapel van de abdij
Het binnenhof van Fontevraud
Tour d’Évraud

GeschiedenisBewerken

De stichtingBewerken

Priester, theoloog en rondtrekkend prediker Robert d’Abrissel (c. 1047-1117) vestigde zich rond 1100 met zijn volgelingen in het bos van Fontevraud en stichtte er in 1101 - op vraag van paus Urbanus II[1]- een kloostercomplex, waar mannen én vrouwen leefden. Robert besloot dat er aan het hoofd van zijn klooster een vrouw moest staan en wees Petronille de Chemillé aan als de eerste abdis.

Vier kloostercomplexenBewerken

De abdij was onderverdeeld in vier delen:

  • de zusters woonden in het Onze-Lieve-Vrouwe-klooster ('le Grand Moûtier')
  • de monniken woonden in het Johannes-klooster
  • het Saint Lazare-klooster ontving melaatsen
  • het Magdalena-klooster was een complex voor tot inkeer gekomen gehuwde vrouwen en weduwen die zich wilden terugtrekken uit de wereld.

Elk van deze kloostergedeelten was autonoom en bezat ieder hun kapel, klooster, refectorium, slaapplaatsen, keukens en kapittelzalen.

Hoge beschermingBewerken

Mathilde van Anjou, dochter van Fulco V van Anjou en dus ook tante van Hendrik II van Engeland, volgde Petronille de Chemillé op als abdis. Dit was het begin van de eeuwenoude traditie om vrouwen van koninklijke of adellijke bloede aan het hoofd van Fontevraud te plaatsen. Het klooster werd dan ook snel favoriet bij verschillende Europese koningshuizen, met vele donaties tot gevolg.

Zo nam Eleonora van Aquitanië, koningin van Frankrijk en later van Engeland, echtgenoot van koning Hendrik II van Engeland, op hoge leeftijd haar intrek in het klooster en ze werd hier na haar dood ook begraven. Haar man Hendrik II, haar zoon Richard Leeuwenhart en dochter Johanna waren hier al begraven. Later werden schoondochter Isabella van Angoulême (echtgenote van koning Jan) en kleinzoon Raymond VII van Toulouse hier begraven.

In 1670 benoemde Lodewijk XIV Marie-Madeleine Gabrielle de Rochechouart, zuster van zijn minnares madame de Montespan, tot abdis. Zij richtte in 1693 het Hospice de la Sainte Famille op. Gabrielle deed ook de kloosterregels strikter toepassen. Zij liet een noviciaat bouwen, de tuinen heraanleggen, en verbond het paleis van de abdis met het klooster door een galerij. De wereldse abdis liet hier ook het toneelstuk Esther van Jean Racine opvoeren.

De Franse revolutieBewerken

Fontevraud heeft zwaar geleden onder de Franse Revolutie van 1789; delen van het klooster werden verwoest en geplunderd. O.a. de oorspronkelijke crypte verdween hierbij (de grafbeelden bleven wel bewaard). De laatste abdis stierf in armoede in Parijs. Een paar jaar later, in 1804, werd het complex omgebouwd tot een beruchte staatsgevangenis.

Jean Genet , die er verbleef, schreef erover in 'Het wonder van de Roos' .

CultuurpatrimoniumBewerken

In 1963 werd de staatsgevangenis geschonken aan het Franse Ministerie van Cultuur. Later is het door de Franse staat gerestaureerd; ook vonden er verschillende opgravingen plaats. Een deel van het klooster wordt tegenwoordig gebruikt als conferentiecentrum. De rest is opengesteld voor publiek.

Huidige gebouwenBewerken

Van het enorme kloostercomplex van vroeger zijn alleen de abdijkerk, de romaanse keuken, de kapittelzaal, de ziekenzaal Sint-Benoit en de priorij bewaard gebleven.

In de abdijkerk Sint-Michel zijn tegenwoordig de kunstschatten van het klooster ondergebracht. De bouw van deze kerk is heel eenvoudig, maar de kapitelen van de pilaren bevatten gedetailleerde reliëfs.

Het meest bijzondere gebouw is de goed gerestaureerde romaanse keuken, de Tour d’Évraud. Deze heeft een achthoekige vorm, één grote centrale toren en meerdere kleine torentjes, schoorstenen met peperbusdaken. De keuken had wel zes plaatsen om te koken voor de honderden bewoners van het klooster. Het dak is volledig van steen en bevat geen hout, om het brandrisico te beperken.

De kapittelzaal bevat indrukwekkende muurschilderingen. Buiten de gebouwen zijn er nog middeleeuwse tuinen, een oranjerie, kruidentuinen en oude stallen te zien.

In de priorij Saint-Lazare is een luxe-hotel gevestigd sinds 2014.[2]

In de Fannerie, een 18e eeuwse hooizolder, is sinds september 2021 een museum van moderne kunst ingericht die de Cligman-collectie herbergt.[3][4]

WerelderfgoedBewerken

De abdij is in 2000 opgenomen in de lijst van het werelderfgoed van de UNESCO als een onderdeel van de gehele Loirevallei.

  Zie de categorie Abbaye de Fontevraud van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.