École centrale van Brussel

De École centrale van Brussel, of juister de École centrale du département de la Dyle (Centrale School van het Dijledepartement) werd gesticht te Brussel in mei 1797, onder het Franse Directoire, als officieel voortzetter en vervanger van de Universiteit Leuven. Enige maanden later werd de Leuvense alma mater verordonneerd om haar activiteiten te staken (decreet van 25 oktober 1797).[1]

In uitvoering hiervan sloot de universiteit op 9 november 1797 haar deuren. Al de roerende goederen en ook een groot deel van de vermaarde bibliotheek[2] van de oude Brabantse Alma Mater werden naar Brussel overgebracht. De Spaanse ex-Jezuïet Charles Antoine de La Serna Santander, hoofd van de bibliotheek van de Centrale school, had toestemming gekregen om een keuze te maken uit de Leuvense catalogus.[3] In een eerste fase ging het om 718 items. Voorts mocht De La Serna putten uit de opslagplaatsen van de Cordeliers. Dit was een voormalig Franciscanenklooster waar de boeken en manuscripten waren opgeslagen die de Franse revolutionairen geroofd hadden uit de Librije van Bourgondië. De bibliothecaris trok hiervoor in 1798 gedurende zes weken naar Parijs.

Nochtans waren de centrale scholen niet opgevat als instellingen voor hoger onderwijs. De wet Daunou van 3 brumaire van het jaar IV (25 oktober 1795)[4] voorzag in hun oprichting ter vervanging van de middelbare scholen. Ze moesten seculier staatsonderwijs op wetenschappelijke basis aanbieden.

De École centrale van Brussel was gevestigd in het vroegere Paleis van Karel van Lotharingen. Ze telde één enkele faculteit, de Faculté des Arts. De school werd ingehuldigd op 31 mei 1797[5] en de colleges gingen in juni van start.

De École centrale was maar een kort leven beschoren: reeds in 1802 werd ze op haar beurt opgeheven.[6] In de plaats daarvan kwamen er over het hele Franse keizerrijk lycea.[7] Daarmee behoorde Brussel vanaf 1803 tot de voorhoede die een lyceum kreeg naar het nieuwe model. Vanaf 1806 volgde dan een werkelijke instelling voor hoger onderwijs: de Académie de Bruxelles, een afdeling van de Napoleontische Université impériale.

HooglerarenBewerken

De hoogleraren waren beroemde wetenschappers. Na de opheffing van de École centrale zouden ze terugkeren in latere instituties, zoals de Academie van Brussel en de Rijksuniversiteit Leuven.

Onder hen bevonden zich:

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • Marie-Thérèse Isaac en Claude Sorgeloos, De verspreiding van de wetenschappen in de centrale scholen, in: R. Halleux e.a. (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815, Brussel, 1998, p. 385-412
  • Henri Fasbender, L'enseignement à l'École centrale du Département de la Dyle, in: Cahiers bruxellois, vol. 14, 1969, p. 179-272
  • J. De Vreught, L'enseignement secondaire à Bruxelles sous le régime français: l’École centrale, le Lycée, in: Annales de la société royale d'archéologie de Bruxelles, vol. 52, 1938, p. 18-20
  • Jean Pie Namur, Histoire des bibliothèques publiques de Bruxelles, Brussel, Imprimerie de F. Parent, 1840