Bronbeek

Militair tehuis en museum Bronbeek
Bronbeek in 1938
Bronbeek in 1938
Locatie Velperweg 147, Arnhem
Huidig gebruik Museum en verzorgingshuis
Opening 1863
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 46518
Architect W.N. Rose en H.F.G.N. Camp (verbouwing in 1854)
Opdrachtgever Koning Willem III
Koloniale Reserve op bezoek te Bronbeek
Koloniale Reserve op bezoek te Bronbeek
Portaal  Portaalicoon   KNIL

Bronbeek is een voormalig landgoed in Arnhem. De naam Bronbeek wordt tegenwoordig gebruikt als verkorte naam van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek in Arnhem. Het is heden ten dage een verzorgingstehuis voor maximaal 50 oud-militairen van de Nederlandse krijgsmacht en het voormalig Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Daarnaast is het een geregistreerd museum voor de koloniale geschiedenis met onder meer een vaste expositie van kanonnen en diverse Indische wapens, een historisch overzicht van het Indische leger, en vele uniformen, wapens en schilderijen.

Geschiedenis

Het landgoed Bronbeek

Bronbeek toen het nog niet lang in gebruik was als invalidentehuis

Het landgoed Bronbeek werd rond 1820 als buitenplaats aangelegd voor Hermen Stijgerwald. Na diens dood in 1830 verkocht zijn weduwe Magadalena Wilhelmina Eskes het landgoed en kreeg het de naam Bronbeek. Volgende eigenaren verbouwden het huis tot een villa in neoclassicistische stijl. In 1854 werd de buitenplaats Bronbeek aangekocht door koning Willem III voor een prijs van 75.000 gulden. Bronbeek was naar verluidt in eerste instantie bedoeld voor zijn moeder, koningin Anna Paulowna, maar daarvoor is geen bewijs. Willem III liet het huis in 1854 verbouwen naar ontwerp van zijn architect H.F.G.N. Camp, die voor zijn werkzaamheden in oktober van dat jaar werd benoemd tot ridder in de Orde van de Eikenkroon.[1] In oktober 1854 was de verbouwing klaar en verkreeg de koning een serenade van de vereniging der handwerkslieden, begeleid door de muziekkorpsen der stedelijke schutterij en van het achtste regiment infanterie. Een commissie van deze vereniging werd bij de koning toegelaten en een vertegenwoordiger sprak de woorden: 'Sire, met diepe eerbied nadert de directie van Arnhems Handwerkbloei, vergezeld van werkbazen en hun werklieden u om u, die een voorstander bent van industrie en landbouw, haar oprechte dank te betuigen over de aankoop en aangebrachte veranderingen aan het landgoed Bronbeek, waardoor in deze tijden van duurte brood aan hen en hun gezinnen verschaft werd.'[2] Twee jaar na de aankoop van Bronbeek waren er al geruchten dat de koning het landgoed weer van de hand wilde doen.[3] In december 1856 werden de bezittingen van de koning verhuisd naar diens paleis te Den Haag en naar Paleis Het Loo en werd algemeen gedacht dat de koning het buitenverblijf had verkocht aan een rijke particulier. Het huis was in de jaren erna nog in gebruikt als gastenverblijf voor koninklijk bezoek.

Oprichting van het militair invalidentehuis

Bij Koninklijk Besluit van 14 juni 1857 werd een commissie ingesteld tot het voordragen van een plan tot het inrichten van een militair invalidentehuis; in deze commissie namen zitting M. baron van Geen als voorzitter en als leden militaire intendant eerste klasse H. Hardenberg, luitenant-kolonel J. Vertholen, luitenant-kolonel A.J. Andresen, luitenant-kolonel ingenieur G.A. van Kerkwijk en de heer J.P. Feith.

In een kabinetschrijven van 13 juni 1857 nummer 17, gericht aan de Minister van Koloniën, gaf koning Willem III het landgoed Bronbeek per de 15de oktober 1859 ten geschenke tot de inrichting van een koloniaal militair invalidentehuis.[4] In het kabinetschrijven was de bepaling opgenomen dat aan het onroerende goed nooit een andere bestemming zou mogen worden gegeven dan tot een koloniaal militair invalidentehuis en dat de Staat der Nederlanden alle lasten, te rekenen vanaf 1 januari 1860, zou betalen.[5] Op 28 september van dat jaar werd de akte gepasseerd bij notaris J. Bervoets te Den Haag, waarin Z.M. de koning het landgoed met aanhorigheden schonk en onherroepelijk afstond aan de Staat der Nederlanden tot het daarstellen van een koloniaal militair invalidentehuis.[6] In mei 1860 besteedde het Department van Koloniën de vereiste werken en leveranties ter stichting van een militair invalidentehuis aan aan de heer K. Kooy, woonachtig te Amsterdam, die van de 11 inschrijvers de laagste was en aan wie het werk dan ook werd vergund voor een bedrag van 193,400 gulden.[7] De eerste steen werd op 13 juli van dat jaar gelegd. Rijksbouwmeester W.N. Rose was verantwoordelijk voor het ontwerp van het hoofdgebouw in eclecticistische stijl. In november 1860 werden de kosten der inrichting van het paviljoen en van het dan in aanbouw zijnde invalidetehuis, met inbegrip der aanschaffing van huisraad ten behoeve van de te verwachten ruim 200 invaliden, beraamd op ongeveer 300,000 gulden. De bouw van het invalidenhuis werd zo aangelegd dat het met betrekkelijk geringe kosten in de toekomst kon worden uitgebreid, indien de behoefte daartoe zou ontstaan.[8]

Openstelling Bronbeek voor invaliden

Koning Willem III stelde Bronbeek in werking met een besluit dat onder meer de volgende bepalingen inhield:[9]

Ter ere van het zilveren regeringsfeest van de koning werd een nationale schenking gedaan van 2 ton ten behoeve van de invaliden van de land- en zeemacht in Nederland en Nederlands-Indië, tot nut der dapperen die hun leven voor Nederland veil hebben gehad en in die strijd verminkt zijn geraakt.[10]

Bronbeek als verzorgingshuis voor militairen

Invaliden te Bronbeek in 1897

Als eerste commandant werd (dan luitenant-kolonel) J.C.J. Smits benoemd; in de loop van 1863 verhuisden invalide militairen uit inrichtingen in alle delen van het land naar Bronbeek. In 1864 waren er al het maximale aantal van 200 militairen opgenomen; op de 10de januari 1864 werd door een deel van hen het blijspel Niet of graag van Andersen opgevoerd. De verpleegden waren toen al onderworpen aan huis- en landelijke arbeid, strenge tucht en discipline (een dertigtal was wegens wangedrag ontslagen).[11] Toen Smits in november 1887 overleed stond de koning erop dat generaal K. van der Heijden en niemand anders commandant van Bronbeek zou worden. Deze behoefde het voor het geld niet te doen omdat zijn Indische pensioen ruim voldoende was, maar zag het als een eer te bewijzen aan het Indische leger en aan de koning.[12]

Sociale problematiek en verzorging

Een van de problemen, waarmee oud-militairen indertijd te kampen hadden, was dat er geen werk voor hen te vinden was. Een oud-soldaat formuleerde deze kwestie als volgt: de burgers gaan voor, overste!, klaagde bij mij (luitenant-kolonel G.J.W.C.H. Graafland) onlangs een oud-fuselier, en van de militairen eerst de Hollandse, in het bijzonder die van de marine; pas heel achteraan komen wij, en dan nog enkel als we een krachtige voorspraak hebben. Anders kun je helemaal thuisblijven. Er is hier geen werk voor ons, besloot hij; men wéét niet waarvoor wij geschikt zijn en eigenlijk weet ik dat nou zelf ook niet. [13] Graafland zei over deze problemen verder nog dat het pensioen van de soldaten wel wat klein was voor hen, die Europa en de toestanden in het moederland waren ontgroeid. De soldaten bemerkten dat zij eigenlijk geen vak kenden; dat de handen hen hier verkeerd stonden, dat de soldatendeugden als beroepssoldaat in de gewone maatschappij niet bijster hoog werden aangeslagen; dat het leger ontzettend veel van hen gevraagd had aan berusting, overgeving, zelfverloochening, gedweeheid, volharding, trouw en ijver; maar in ruil daarvoor hen niets schonk wat in de burgermaatschappij lonende waarde had. Veel van deze soldaten raakten aan de drank of anderszins in de versukkeling en belandden uiteindelijk op Bronbeek. Gouverneur-generaal J.B. Van Heutsz zei hier in 1903 over dat de werkgevers in Nederland de Indisch soldaat al bij voorbaat als een drinkebroer en een onnut wezen zagen, waardoor de situatie voor de soldaten nog verergerde.[14]

In 1904 bevonden zich te Bronbeek 135 oud-strijders: 86 Nederlanders, 24 Belgen, 16 Duitsers, 5 Zwitsers en 4 Fransen. Om er te worden opgenomen moesten zij afstand doen van hun pensioen, in ruil waarvoor zij huisvesting, kleding, voeding en zakgeld ontvingen. Dit laatste bedroeg voor een soldaat 10, voor een korporaal 15, een sergeant of fourier 20, een sergeant-majoor 25 en een adjunct-onderofficier 30 cent per dag. Geëmployeerden en gepensioneerden met verhoogd gagement ontvingen een toelage. Om te voorkomen dat de militairen zich te buiten zouden gaan werd het zakgeld dagelijks uitbetaald. 's Zomers werd om 6, ’s winters om 7 uur reveille geblazen. Kort daarna werd koffie met brood en boter verstrekt. Om half negen kregen de manschappen weer koffie met een boterham, die ’s zondags belegd was met een stukje worst of kaas. Om één uur was het middageten, dat bestond uit soep, vlees, groenten en aardappelen, met daarnaast een glaasje gerstebier. In plaats van rund –en varkensvlees kregen ze nu en dan gebraden konijnen, die afkomstig waren uit een eigen fokkerij, of ook wel karpers, waarvan de vijvers op Bronbeek krioelden. Verder werden er ook forellen gekweekt. Om vier uur ’s middags ontvingen de manschappen er nog een boterham bij. ’s Avonds om half negen werd er nog koffie met boter en brood of pap verstrekt.[13]

Het nachtleger bestond uit een strozak, een paardenharen matras met dito hoofdkussen, 2 lakens en 2 dekens. De slaapkamers werden, evenals het gehele gebouw, centraal verwarmd. Het schoonhouden was het werk der verpleegden zelf, met dien verstande, dat de oudsten in jaren het lichtste werk verrichten. De zieken werden ook te Bronbeek verzorgd. Velen leden aan verval van krachten, maar ook waren er die de tering hadden of leden aan koortsen, vallende ziekte, enz.

Het verzorgingshuis Bronbeek tegenwoordig

Militair tehuis Bronbeek biedt anno 2012 huisvesting en verzorging aan inwonende oud-militairen van de krijgsmacht, met uitzondering van officieren. Bronbeek biedt ouderenzorg waarin de eigen mogelijkheden van de bewoners centraal staat. Het tehuis heeft maximaal 50 bewoners en kent een korte wachtlijst. Het Ministerie van Defensie draagt de kosten van exploitatie en instandhouding maar bewoners betalen daarnaast een eigen bijdrage. Bronbeek richt zich sterk op de vraag van de bewoner en probeert een goede kwaliteit zorg te leveren. Het tehuis werd in 1987 en in 1997 gerenoveerd.

Monumenten

KNIL monument met bewoners in 1963

Op het landgoed Bronbeek zijn diverse monumenten geplaatst, waaronder:

Bekende oud-inwoners van Bronbeek

Bewoners van Bronbeek in 1903

Museum Bronbeek

Museum Bronbeek is tegenwoordig het museum van het koloniale verleden van Nederland in Nederlands-Indië. Centraal staat de geschiedenis van het Indische leger (KNIL) en de gekoloniseerde tegenstanders van die tijd. Het museum wil de kennis en het bewustzijn van het Nederlandse koloniale verleden vergroten en hiervoor belangstelling wekken. Het heeft een vaste tentoonstelling Het verhaal van Indië, waarin de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid in Nederlands-Indië centraal. staat. In tijdelijke tentoonstellingen worden thema's uit de vaste expositie uitgediept zoals in 2012 de expositie 1942, de val van Indië.

Collectie van Museum Bronbeek

De tijdens diverse expedities van het Indische leger buitgemaakte wapens en andere voorwerpen werden in de loop der tijd aan Bronbeek geschonken. De troepen bijvoorbeeld, die tijdens de veldtocht tegen Boni hadden gestreden boden als blijk van hulde enige wapens aan de koning aan, die bepaalde dat deze wapens als blijvende herinnering ten toon zouden worden gesteld in de trofeeënzaal van Bronbeek.[15] Veel officieren en oudofficieren van het Indische leger deden giften aan Bronbeek in de vorm van wapens maar ook van militaire werken en andere boeken. Resident C.P.C. Steinmetz schonk Bronbeek in januari 1863 zijn collectie van beelden, afbeeldingen van tempels, vaartuigen enz.; een groot metalen borstbeeld van de koning, vervaardigd door de firma L.J. Enthoven, werd in februari 1863 in de gevel van het gebouw geplaatst (met inscriptie: Koning Willem III, stichter en beschermheer).[16] In april 2009 doneerde mevrouw Spoor-Dijkman, weduwe van generaal S. Spoor, al diens decoraties aan het museum. Eerder werd al zijn uniform tentoongesteld.

Commandanten van Bronbeek

Namen In welke rang of betrekking werkzaam geweest Levensjaren Commandant Opmerking
J.C.J. Smits generaal-majoor 1812-1887 3 juni 1862 - 24 oktober 1887
K. van der Heijden luitenant-generaal 1826-1900 5 november 1887 - 24 januari 1900 adjudant was majoor H.F.V.M. Schwing
N.C. van Heurn luitenant-kolonel 1853-1918 24 februari 1900 - 31 juli 1917 adjudant was majoor H.F.V.M. Schwing
S.A. Drijber generaal-majoor 1859-1942 1 augustus 1917 - 31 december 1924 En als waarnemer van 1 januari 1925 - 30 april 1932
C.A. Rijnders luitenant-generaal 1879-1951 1 mei 1932 - 31 mei 1946
N.L.W. van Straten generaal-majoor 1897-1968 1 juni 1946 - 30 augustus 1955
A. van Santen kolonel 1 september 1955 - 31 december 1968
J. van der Leer brigade-generaal 1 januari 1969 - 31 maart 1980
W. Epke brigade-generaal 1923-2005 1 januari 1980 - 19 februari 1988
R. Boekholt brigade-generaal 1926-2011 20 februari 1988 - 31 mei 1991
G.A. Geerts brigade-generaal 1 juni 1991 - 28 juli 1994
G.L.M. Pastoor kolonel 29 juli 1994 - 1 september 2000
R. Harting kolonel 2 september 2000 - 1 april 2002
J.C.L. Bolderman kolonel 2 april 2002 - 2009
G.H.J. Noordanus kolonel 2009 - heden

Externe link

Museumgebouw Bronbeek tegenwoordig
Museumgebouw Bronbeek tegenwoordig 
Groepje veteranen te Bronbeek omstreeks 1900
Groepje veteranen te Bronbeek omstreeks 1900 
Commandant N.C. van Heurn, adjudant H.F.V.M. Schwing en overige officieren van Bronbeek in 1905
Commandant N.C. van Heurn, adjudant H.F.V.M. Schwing en overige officieren van Bronbeek in 1905 
Commandant K. van der Heijden op Bronbeek in 1896
Commandant K. van der Heijden op Bronbeek in 1896 
Invaliden nemen te Bronbeek afscheid van hun commandant K. van der Heijden in 1900
Invaliden nemen te Bronbeek afscheid van hun commandant K. van der Heijden in 1900 
Impressie van Bronbeek (1888)
Impressie van Bronbeek (1888) 
Portal.svg Portaal KNIL

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Rotterdamse Courant (18-10-1854)
  2. Oprechte Haarlemse Courant (07-10-1854)
  3. Algemeen Handelsblad (08-10-1856)
  4. Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage (31-07-1859)
  5. De Noordbrabander: staat en letterkundig dagblad (01-10-1859)
  6. Bredase Courant (02-10-1859)
  7. De Noordbrabander: staat en letterkundig dagblad (24-05-1860)
  8. Nieuw Amsterdams Handels- en Effectenblad (23-11-1860)
  9. De Noordbrabander: staat en letterkundig dagblad (11-11-1862)
  10. Nieuwe Tilburgse Courant (30-11-1890)
  11. Algemeen Handelsblad (07-01-1864)
  12. De Locomotief (05-12-1887)
  13. a b c d e f g h i j k 1903. Taptoe!
  14. Gouverneur-generaal Van Heutsz over oud-Indisch soldaten. Het Nieuws van de Dag: kleine courant. (08-08-1904)
  15. Algemeen Handelsblad (05-01-1863)
  16. Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage (01-03-1863)
  • 1903. A. Prell. Taptoe! Van Holkema en Warendorf.
  • 1988. J.C. Bierens de Haan e.a.. Bronbeek, Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen. Arnhem.
  • 1998. W. Bevaart Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid. Den Haag.